Onder meer ondervoeding, kindersterfte en de hoge moedersterfte bij de geboorte van een kind maken Afghanistan wereldwijd het slechtste land voor moeders.
Dat heeft de hulporganisatie Save the Children gemeld in een "Moederdagrapport".
Twee op de vijf kinderen in Afghanistan zijn ondervoed en één op de vijf sterft voor zijn vijfde verjaardag. Een op de elf vrouwen in Afghanistan sterft door complicaties bij zwangerschap of geboorte.
Afghaanse vrouwen krijgen gemiddeld minder dan vijf jaar onderwijs en de levensverwachting van vrouwen is 45 jaar.
De VN bracht daarbij bovendien al eens onder de aandacht dat door de hoge moedersterfte in Afghanistan veel kinderen zonder moeder op moeten groeien in een van de gevaarlijkste landen van de wereld.
Dit staat in schril contrast met Noorwegen, dat als beste land uit de bus komt om moeder te worden. De kindersterfte is laag, gemiddeld één op de 333 kinderen sterft voor het vijfde levensjaar, vrouwen krijgen doorgaans 18 jaar onderwijs en worden gemiddeld 83 jaar.
In Noorwegen is de kans om aan complicaties rond geboorte of zwangerschap te overlijden 1: 7100.
Acht van de tien minst aantrekkelijke landen om een kind ter wereld te brengen liggen in Afrika, ten zuiden van de Sahara. Acht van de tien landen in de top 10 liggen in West-Europa.
Nederland staat op de negende plaats; de Verenigde Staten op plaats 31.
Het rapport State of the World’s Mothers 2011 van Save the Children komt uit ter gelegenheid van Moederdag Het bevat een lijst van 164 landen die gerangschikt zijn op de toegankelijkheid tot gezondheidszorg, onderwijs en economische mogelijkheden.
Waar ze woont maakt enorm veel uit voor wat een moeder te vieren heeft op Moederdag, zo cocludeert de hulporganisatie.
In veel landen zijn vaccins, antibiotica en verzorging tijdens de zwangerschap voor grote aantallen vrouwen onbereikbaar, als gevolg waarvan de sterftepercentages van moeders en kinderen bij geboorten hoog zijn.
Holke Wierema, directeur van Save the Children, zegt: “Natuurlijk is armoede een doorslaggevende factor. Maar juist op een dag als Moederdag is het goed om je te realiseren hoe enorm de verschillen zijn en dat we ons daar niet bij neer moeten leggen.
In 2000 is een aantal Millenniumdoelstelingen afgesproken. Eén daarvan is dat de moedersterfte met driekwart terug wordt gebracht van 546.000 in 1990 naar 136.500 in 2015.
Er is volgens Wierema al een forse daling bereikt. in 2008 overleden 358.000 vrouwen aan complicaties rond zwangerschap en geboorte. Maar er moet nog veel gebeuren om de doelstelling te halen.
Save the Children is een organisatie die zich inzet om moedersterfte en kindersterfte terug te dringen, door vroedvrouwen op te leiden, door gezondheidszorg te verbeteren, door geneesmiddelen te verstrekken en door schoon water aan te bieden.
De organisatie wil regeringen in Westerse landen, maar zeker ook van ontwikkelingslanden, scherp houden om iets te doen aan de schrijnende omstandigheden waarin veel kinderen ter wereld moeten komen.
De Verenigde Naties hebben eerder al eens onder de aandacht gebracht dat door de hoge moedersterfte in Afghanistan ook veel kinderen op moeten groeien zonder moeder in een van de gevaarlijkste landen van de wereld.
Rangschikking
- Bovenste 10 landen (van 1 – 10): Noorwegen, Australië, IJsland, Zweden, Denemarken, Nieuw Zeeland, Finland, België, Nederland, Frankrijk
- Onderste 10 landen (van 155-164): Centraal Afrikaanse Republiek, Soedan, Mali, Eritrea, Democratische Republiek Congo, Chad, Yemen, Guinea-Bissau, Niger, Afghanistan
Posts tonen met het label vrouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrouwen. Alle posts tonen
dinsdag 3 mei 2011
donderdag 28 april 2011
Straffen in verband met maagdelijkheid extreem onrechtvaardig in Afghanistan
De straffen die Afghaanse vrouwen krijgen wanneer ze worden beschuldigd van seks voor het huwelijk en het verlies van hun maagdelijkheid zijn extreem, discriminerend en niet volgens het wetboek van strafrecht. Vrouwen kunnen onder meer worden gedood.
Dat hebben vrouwenrechtenactivisten verteld aan IRIN, een VN-bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken. Het gaat om buitengerechtelijke straffen, zoals eermoord, en gerechtelijke straffen die vrouwen kunnen krijgen.
Suraya Subhrang, de vrouwenrechtencommissaris bij de Afghanistan Independent Human Rights Commission (AIHRC), zegt: “Ik zag een vrouw die publiekelijk werd vernederd en gemarteld omdat ze naar verluidt haar maagdelijkheid verloor voor haar huwelijksnacht.”
Buitenrechtelijke straffen voor vrouwen zijn wijdverbreid en diepgeworteld in Afghanistan.
Vaak worden er medische hulpverleners ingeroepen om de maagdelijkheid van een vrouw te bewijzen voordat ze trouwt. Dit is een vereiste om vrouwen voor te bereiden op het huwelijk.
Een medisch expert in Kabul zegt: “Maagdelijkheid- en overspeltests zijn een onderdeel van onze normale werkzaamheden.” Maar er zijn weinig faciliteiten en er is een tekort aan vrouwelijke deskundigen om zeer intieme testen uit te voeren.
De testen omvatten een onderzoek van de vagina om te zien of het maagdenvlies van een meisje of vrouw intact is. Maar experts zeggen dat het kan zijn gescheurd door andere factoren dan geslachtsgemeenschap.
Volgens Amnesty International is een gedwongen maagdelijkheidtests een vernedering van vrouwen en een vorm van marteling.
Eermoord
In de Afghaanse gemeenschappen kan het niet doorstaan van de test leiden tot zogenaamde eermoorden, een onder-gerapporteerde criminaliteit, die meestal wordt uitgevoerd door de families en verwanten die geloven dat een jong meisje of vrouw schande heeft gebracht over haar familie.
"Eerwraak erkent het recht van een man om straffeloos een vrouw te doden vanwege de schade die haar immorele daden hebben veroorzaakt voor de familie,” zo meldde de VN-Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA) in december 2010.
Dergelijke moorden zijn ook gebaseerd op diepgewortelde culturele opvattingen en niet op religie, aldus de UNAMA.
"Mannen gaan meestal vrijuit voor “eermoorden”, zo zegt Subhrang. “Maar kan een vrouw haar man doden voor onwettige seksuele relaties?”
Eerkwesties
Een vrouw kan overgedragen worden aan de rechtelijke macht wanneer blijkt dat ze haar maagdelijkheid heeft verloren.
De familie van vrouwen kan moeten verhuizen omdat ze de schande in de buurt niet meer kunnen verdragen. Of de familie moet het geld terugbetalen dat hun toekomstige schoonzoon al aan de huwelijksceremonie had besteed.
Terwijl maagdelijkheid niet wordt genoemd in het strafrechtelijke systeem en andere wetten van het land, zeggen activisten en advocaten dat honderden vrouwen oneerlijk ernstige formele en informele sancties opgelegd kunnen krijgen voor hun vermeende illegale verlies van deze culturele eis.
Seksuele omgang buiten het huwelijk is een zonde volgens de islamitische jurisprudentie en de Afghaanse wetten zijn daar grotendeels van afgeleid.
Straf
“Maagdelijkheid is een natuurlijke stempel,” zei Mohammad Qasim Mawlawi, een lid van het strafrechtelijke bureau van het Hooggerechtshof. “Als het verloren gaat en de oorzaak is onwettige seksuele relaties betekent dat overspel, en dat moet gestraft worden.”
Hij zei dat een ongehuwde persoon die betrapt wordt op overspel buiten het huwelijk, man of vrouw, veroordeeld kan worden tot drie tot vijf jaar gevangenisstraf, terwijl gehuwde overspeligen zwaardere straffen krijgen.
Oneerlijke sancties
Activisten voor de rechten van de vrouw zeggen dat de overspelwet te veel problemen kent en meestal alleen wordt gebruikt tegen vrouwen. In sommige gevallen zijn vrouwen het slachtoffer van verkrachting.
“In de wet is geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen verkrachting en vrijwillige geslachtsgemeenschap, en slachtoffers van verkrachting worden behandeld als overspeligen en criminelen,” aldus Subhrang van de AIHRC.
Hoewel het verborgen gebeurt en er te weinig over wordt gerapporteerd, is verkrachting een misdaad die zich dagelijks voordoet in het hele land. Dat meldde een rapport van de UNAMA in juli 2009.
“Het meisje of de vrouw, die het slachtoffer is van een verkrachting, en niet de dader, draagt de schande van de misdaad,” aldus het rapport.
Sheela Samimi, een advocate van het Afghan Women’s Network (AWN), eist dat ook mannen het gezicht van de wet zien.
Ze zegt: “Kan een meisje medische experts vragen om te testen of haar aanstaande man seks had voor het huwelijk en als bleek dat hij fout zit zouden ambtenaren hem vervolgen zoals ze een vrouw doen?”
Met elk vrouwelijk slachtoffer van overspel, voegde ze eraan toe, was er een man of waren er mannen die zelden geconfronteerd werden met rechtvaardigheid.
Dat hebben vrouwenrechtenactivisten verteld aan IRIN, een VN-bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken. Het gaat om buitengerechtelijke straffen, zoals eermoord, en gerechtelijke straffen die vrouwen kunnen krijgen.
Suraya Subhrang, de vrouwenrechtencommissaris bij de Afghanistan Independent Human Rights Commission (AIHRC), zegt: “Ik zag een vrouw die publiekelijk werd vernederd en gemarteld omdat ze naar verluidt haar maagdelijkheid verloor voor haar huwelijksnacht.”
Buitenrechtelijke straffen voor vrouwen zijn wijdverbreid en diepgeworteld in Afghanistan.
Vaak worden er medische hulpverleners ingeroepen om de maagdelijkheid van een vrouw te bewijzen voordat ze trouwt. Dit is een vereiste om vrouwen voor te bereiden op het huwelijk.
Een medisch expert in Kabul zegt: “Maagdelijkheid- en overspeltests zijn een onderdeel van onze normale werkzaamheden.” Maar er zijn weinig faciliteiten en er is een tekort aan vrouwelijke deskundigen om zeer intieme testen uit te voeren.
De testen omvatten een onderzoek van de vagina om te zien of het maagdenvlies van een meisje of vrouw intact is. Maar experts zeggen dat het kan zijn gescheurd door andere factoren dan geslachtsgemeenschap.
Volgens Amnesty International is een gedwongen maagdelijkheidtests een vernedering van vrouwen en een vorm van marteling.
Eermoord
In de Afghaanse gemeenschappen kan het niet doorstaan van de test leiden tot zogenaamde eermoorden, een onder-gerapporteerde criminaliteit, die meestal wordt uitgevoerd door de families en verwanten die geloven dat een jong meisje of vrouw schande heeft gebracht over haar familie.
"Eerwraak erkent het recht van een man om straffeloos een vrouw te doden vanwege de schade die haar immorele daden hebben veroorzaakt voor de familie,” zo meldde de VN-Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA) in december 2010.
Dergelijke moorden zijn ook gebaseerd op diepgewortelde culturele opvattingen en niet op religie, aldus de UNAMA.
"Mannen gaan meestal vrijuit voor “eermoorden”, zo zegt Subhrang. “Maar kan een vrouw haar man doden voor onwettige seksuele relaties?”
Eerkwesties
Een vrouw kan overgedragen worden aan de rechtelijke macht wanneer blijkt dat ze haar maagdelijkheid heeft verloren.
De familie van vrouwen kan moeten verhuizen omdat ze de schande in de buurt niet meer kunnen verdragen. Of de familie moet het geld terugbetalen dat hun toekomstige schoonzoon al aan de huwelijksceremonie had besteed.
Terwijl maagdelijkheid niet wordt genoemd in het strafrechtelijke systeem en andere wetten van het land, zeggen activisten en advocaten dat honderden vrouwen oneerlijk ernstige formele en informele sancties opgelegd kunnen krijgen voor hun vermeende illegale verlies van deze culturele eis.
Seksuele omgang buiten het huwelijk is een zonde volgens de islamitische jurisprudentie en de Afghaanse wetten zijn daar grotendeels van afgeleid.
Straf
“Maagdelijkheid is een natuurlijke stempel,” zei Mohammad Qasim Mawlawi, een lid van het strafrechtelijke bureau van het Hooggerechtshof. “Als het verloren gaat en de oorzaak is onwettige seksuele relaties betekent dat overspel, en dat moet gestraft worden.”
Hij zei dat een ongehuwde persoon die betrapt wordt op overspel buiten het huwelijk, man of vrouw, veroordeeld kan worden tot drie tot vijf jaar gevangenisstraf, terwijl gehuwde overspeligen zwaardere straffen krijgen.
Oneerlijke sancties
Activisten voor de rechten van de vrouw zeggen dat de overspelwet te veel problemen kent en meestal alleen wordt gebruikt tegen vrouwen. In sommige gevallen zijn vrouwen het slachtoffer van verkrachting.
“In de wet is geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen verkrachting en vrijwillige geslachtsgemeenschap, en slachtoffers van verkrachting worden behandeld als overspeligen en criminelen,” aldus Subhrang van de AIHRC.
Hoewel het verborgen gebeurt en er te weinig over wordt gerapporteerd, is verkrachting een misdaad die zich dagelijks voordoet in het hele land. Dat meldde een rapport van de UNAMA in juli 2009.
“Het meisje of de vrouw, die het slachtoffer is van een verkrachting, en niet de dader, draagt de schande van de misdaad,” aldus het rapport.
Sheela Samimi, een advocate van het Afghan Women’s Network (AWN), eist dat ook mannen het gezicht van de wet zien.
Ze zegt: “Kan een meisje medische experts vragen om te testen of haar aanstaande man seks had voor het huwelijk en als bleek dat hij fout zit zouden ambtenaren hem vervolgen zoals ze een vrouw doen?”
Met elk vrouwelijk slachtoffer van overspel, voegde ze eraan toe, was er een man of waren er mannen die zelden geconfronteerd werden met rechtvaardigheid.
donderdag 10 maart 2011
Knapen beantwoordt Kamervragen over dreigende overname Afghaanse overheid van vrouwenopvanghuizen
Staatssecretaris Ben Knapen (Buitenlandse Zaken) heeft de Kamervragen die PvdA-kamerlid Sjoera Dikkers in februari stelde over de dreigende overname van vrouwenopvanghuizen door de overheid in Afghanistan beantwoord.
Deze huizen worden nu nog beheerd door non-gouvernementele organisaties, maar een wetswijziging wil hier een eind aan maken. Hierdoor kunnen vrouwen levensbedreigend in gevaar komen.
De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) zei onlangs dat door een dreigende wetswijziging “de levens van mishandelde en misbruikte vrouwen in gevaar dreigen te komen als de overheid er de baas wordt”, zie een eerder bericht op dit weblog.
Volgens HRW is het geweld tegen vrouwen en meisjes in Afghanistan wijdverbreid. Het gaat onder meer om huiselijk geweld, seksuele kwelling en verkrachting.
Daarnaast komt het gedwongen huwelijk veel voor en is dit sociaal aanvaard. Meer dan de helft van de huwelijken die er worden gesloten zijn gedwongen huwelijken, of zijn kindhuwelijken van meisjes onder de 16, aldus HRW.
HRW noemt de huidige opvanghuizen van levensbelang voor vrouwen.
Sjoera Dikkers stelde de vragen naar aanleiding van de ernstige bezorgdheid van Human Rights Watch over de dreigende overname.
Staatsecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken heeft deze Kamervragen inmiddels beantwoord.
Dikkers wilde onder meer graag weten of Knapen weet van het plan van de Afghaanse regering om het beheer van blijf-van-mijn-lijfhuizen over te nemen en of hij de bezorgdheid daarover van Human Rights Watch kent en deelt, en zo ja, of hij met de Afghaanse overheid in gesprek gaat over de maatregel.
Daarnaast vroeg Dikkers of de maatregel past in een “trend van Afghaniseren”. Hiermee wordt bedoeld dat de Afghanen steeds meer hun eigen zaken op gaan knappen, iets wat de internationale gemeenschap toejuicht.
Maar de regering Karzai wordt steeds meer gedomineerd door ultraconservatieven, die vijandig staan tegenover autonomie voor vrouwen, en dit bieden de opvanghuizen aan vrouwen die vertrokken zijn bij hun familie of echtgenoot.
Op dit punt is "Afghanisering" funest voor vrouwen.
Tot slot wilde Dikkers graag weten welke ngo’s momenteel de elf blijf-van-mijn-lijfhuizen in Afghanistan beheren, hoeveel vrouwen ze opvangen, of de vrouwen daar veilig zijn, of de huizen Nederlandse of Europese subsidie krijgen, en of ze ook steun blijven ontvangen als ze worden overgenomen.
Knapen zei in zijn antwoord onder meer dat hij op de hoogte is van de plannen. In rechtstreeks overleg, of in internationaal verband, wordt de situatie bij de Afghaanse regering onder de aandacht gebracht.
De staatssecretaris zegde toe: “Nederland zal zich kritisch uitspreken over (concept-)wetgeving of beleid dat een bedreiging vormt voor de rechten van vrouwen of andere kwetsbare groepen in Afghanistan.”
In zijn antwoord somde hij eveneens de hulporganisaties op die steun verlenen aan Afghaanse vrouwen in nood, en hoeveel geld die ontvangen van Nederland en een aantal andere landen.
Hieronder staan de vragen die Sjoera Dikkers heeft gesteld en de antwoorden van staatssecretaris Ben Knapen. De antwoorden worden gericht aan de voorzitter van de Tweede Kamer.
Geachte Voorzitter,
Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Dikkers over berichten dat de vrouwenopvang in Afghanistan in gevaar is. Deze vragen werden ingezonden op 17 februari 2011 met kenmerk 2011Z03344.
De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
Ben Knapen
Antwoorden van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken op vragen van het lid Dikkers (PvdA) over berichten dat de vrouwenopvang in Afghanistan in gevaar is.
Vraag 1
Heeft u kennis genomen van het plan van de Afghaanse regering om het beheer van blijf-van-mijn-lijfhuizen over te nemen van non-gouvernementele organisaties?
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Heeft u kennisgenomen van de zorgen van onder meer Human Rights Watch (HWR) dat vrouwen in Afghanistan door de maatregel een groter risico zullen lopen? Deelt u deze mening? Zo nee, waarom niet? Zo ja, gaat u met de Afghaanse regering in gesprek over deze maatregel?
Antwoord
Het wetsvoorstel in de huidige opzet omvat, ondanks positieve elementen bijvoorbeeld met betrekking tot minimale levensstandaarden, een aantal stevige zorgpunten, met name daar waar de overheid het management van de opvangcentra over zou nemen van maatschappelijke organisaties.
De EU heeft in reactie op het wetsvoorstel, samen met Australië, Canada en de VS, op 20 februari jl. de Minister voor Vrouwenzaken Ghazanfar om uitleg gevraagd. Daarbij is met name aandrongen op het overnemen van de aanbevelingen van de 'Criminal Law Reform Working Group' (CLRWG). Deze werkgroep, waarin onder andere de 'Afghan Independent Human Rights Commission' zitting heeft, adviseert de Afghaanse regering over wetsvoorstellen op strafrechtelijk terrein. De CLRWG acht de huidige bepalingen in het wetsvoorstel m.b.t. beperkingen in de toelating, gedwongen vertrek, gedwongen afgifte van persoonlijke informatie en gedwongen medische onderzoeken onacceptabel. De CLRWG doet ondermeer de aanbeveling dat maatschappelijke organisaties in staat moeten blijven om op onafhankelijk wijze opvanghuizen te beheren.
Daarnaast stelt Nederland dit onderwerp, alsmede de situatie van vrouwen in Afghanistan, in coördinatie met EU-partners, actief aan de orde in bilaterale gesprekken met relevante Afghaanse autoriteiten.
Op 22 februari jl. heeft de Afghaanse regering, bij monde van de woordvoerder van de president, aangegeven dat de regering nooit het besluit heeft genomen de opvanghuizen te sluiten, danwel het werk van de betrokken NGO's stop te zetten. Daarnaast heeft het Ministerie van Vrouwenzaken toegezegd in constante dialoog te blijven met het maatschappelijk middenveld over mogelijke verbeterpunten. Dit zijn positieve signalen, die hopelijk leiden tot wijziging van het wetsvoorstel.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de uitspraken van HRW dat de maatregel past in een trend van 'Afghanisering', en dat de regering van president Hamid Karzai "steeds meer gedomineerd wordt door ultraconservatieven die vijandig staan ten opzichte van zelfs maar het idee van schuilplaatsen, aangezien deze aan vrouwen een bepaalde mate van autonomie bieden" ten opzichte van echtgenoten en familieleden die hen slecht behandelen? Deelt u deze mening? Zo ja, heeft dit gevolgen voor de samenwerking met de Afghaanse regering? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het wetsvoorstel lijkt te passen in een bredere trend van stigmatisering van de blijf-van-mijn-lijfhuizen door conservatieve krachten in Afghanistan. Er is in sommige media al langere tijd sprake van negatieve berichtgeving over de opvanghuizen. Nederland zal zich kritisch uitspreken over (concept-)wetgeving of beleid dat een bedreiging vormt voor de rechten van vrouwen of andere kwetsbare groepen in Afghanistan. Nederland zal daarbij zoveel mogelijk in internationaal verband optreden. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Vraag 4
Welke ngo's beheren op dit moment de elf blijf-van-mijn-lijfhuizen in Afghanistan?
Ontvangen deze ngo's Nederlandse of Europese ontwikkelingsgelden, en zo ja hoeveel? Hoeveel vrouwen worden opgevangen in deze huizen? Zijn de vrouwen er veilig? Als u de blijf-van-mijn-lijfhuizen op dit moment (direct of via ngo's) steunt, blijft u dit dan ook doen als de huizen door de Afghaanse regering worden overgenomen? Bent u bereid de ngo's extra te ondersteunen als de continuïteit van hun werk in gevaar is?
Antwoord
De betreffende NGO's zijn: 'Afghan Women Skills Development Center', 'Women for Afghan Women', 'Humanitarian Assistance for Women and Children of Afghanistan', 'Voice of Women Organization' en 'Cooperation Center for Afghanistan'. Volgens de gegevens van het Afghaanse Ministerie van Vrouwenzaken is de gezamenlijk capaciteit van deze organisaties ongeveer 175 vrouwen en kinderen.
Afghaanse vrouwen die bescherming zoeken in een van de blijf-van-mijn-lijf huizen in Afghanistan weten zich beschermd door de NGO's die deze huizen beheren. Zij lopen geen risico teruggestuurd te worden naar hun (schoon)familie. Het bieden van een veilige omgeving voor deze vrouwen staat voorop in het beleid van de NGO's.
De EU financiert met EUR 1 miljoen per jaar twee Afghaanse NGO's, 'Medica Mondiale' en 'Women for Afghan Women'. Deze NGO beheert 4 blijf-van-mijn-lijf huizen. Ook Finland (EUR 95.000) en Zweden (EUR 100.000) steunen 'Women for Afghan Women' financieel. Duitsland verleent financiële steun (EUR 130.000) aan het 'Cooperation Center for Afghanistan'. Denemarken financiert via het 'Elimination of Violence Against Women Special Fund' van UNIFEM een aantal NGO's dat lijf-van-mijn-lijf huizen beheert. Nederland steunt, zoals bekend, UNIFEM met een bijdrage van EUR 2 miljoen ten behoeve van de bestrijding van geweld tegen vrouwen in Afghanistan.
Nederland onderhoudt nauw contact met diverse Afghaanse vrouwenorganisaties. Mocht via deze organisaties een beroep op Nederland gedaan worden voor ondersteuning dan zullen de mogelijkheden hiertoe serieus worden onderzocht.
Deze huizen worden nu nog beheerd door non-gouvernementele organisaties, maar een wetswijziging wil hier een eind aan maken. Hierdoor kunnen vrouwen levensbedreigend in gevaar komen.
De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) zei onlangs dat door een dreigende wetswijziging “de levens van mishandelde en misbruikte vrouwen in gevaar dreigen te komen als de overheid er de baas wordt”, zie een eerder bericht op dit weblog.
Volgens HRW is het geweld tegen vrouwen en meisjes in Afghanistan wijdverbreid. Het gaat onder meer om huiselijk geweld, seksuele kwelling en verkrachting.
Daarnaast komt het gedwongen huwelijk veel voor en is dit sociaal aanvaard. Meer dan de helft van de huwelijken die er worden gesloten zijn gedwongen huwelijken, of zijn kindhuwelijken van meisjes onder de 16, aldus HRW.
HRW noemt de huidige opvanghuizen van levensbelang voor vrouwen.
Sjoera Dikkers stelde de vragen naar aanleiding van de ernstige bezorgdheid van Human Rights Watch over de dreigende overname.
Staatsecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken heeft deze Kamervragen inmiddels beantwoord.
Dikkers wilde onder meer graag weten of Knapen weet van het plan van de Afghaanse regering om het beheer van blijf-van-mijn-lijfhuizen over te nemen en of hij de bezorgdheid daarover van Human Rights Watch kent en deelt, en zo ja, of hij met de Afghaanse overheid in gesprek gaat over de maatregel.
Daarnaast vroeg Dikkers of de maatregel past in een “trend van Afghaniseren”. Hiermee wordt bedoeld dat de Afghanen steeds meer hun eigen zaken op gaan knappen, iets wat de internationale gemeenschap toejuicht.
Maar de regering Karzai wordt steeds meer gedomineerd door ultraconservatieven, die vijandig staan tegenover autonomie voor vrouwen, en dit bieden de opvanghuizen aan vrouwen die vertrokken zijn bij hun familie of echtgenoot.
Op dit punt is "Afghanisering" funest voor vrouwen.
Tot slot wilde Dikkers graag weten welke ngo’s momenteel de elf blijf-van-mijn-lijfhuizen in Afghanistan beheren, hoeveel vrouwen ze opvangen, of de vrouwen daar veilig zijn, of de huizen Nederlandse of Europese subsidie krijgen, en of ze ook steun blijven ontvangen als ze worden overgenomen.
Knapen zei in zijn antwoord onder meer dat hij op de hoogte is van de plannen. In rechtstreeks overleg, of in internationaal verband, wordt de situatie bij de Afghaanse regering onder de aandacht gebracht.
De staatssecretaris zegde toe: “Nederland zal zich kritisch uitspreken over (concept-)wetgeving of beleid dat een bedreiging vormt voor de rechten van vrouwen of andere kwetsbare groepen in Afghanistan.”
In zijn antwoord somde hij eveneens de hulporganisaties op die steun verlenen aan Afghaanse vrouwen in nood, en hoeveel geld die ontvangen van Nederland en een aantal andere landen.
Hieronder staan de vragen die Sjoera Dikkers heeft gesteld en de antwoorden van staatssecretaris Ben Knapen. De antwoorden worden gericht aan de voorzitter van de Tweede Kamer.
Geachte Voorzitter,
Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Dikkers over berichten dat de vrouwenopvang in Afghanistan in gevaar is. Deze vragen werden ingezonden op 17 februari 2011 met kenmerk 2011Z03344.
De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
Ben Knapen
Antwoorden van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken op vragen van het lid Dikkers (PvdA) over berichten dat de vrouwenopvang in Afghanistan in gevaar is.
Vraag 1
Heeft u kennis genomen van het plan van de Afghaanse regering om het beheer van blijf-van-mijn-lijfhuizen over te nemen van non-gouvernementele organisaties?
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Heeft u kennisgenomen van de zorgen van onder meer Human Rights Watch (HWR) dat vrouwen in Afghanistan door de maatregel een groter risico zullen lopen? Deelt u deze mening? Zo nee, waarom niet? Zo ja, gaat u met de Afghaanse regering in gesprek over deze maatregel?
Antwoord
Het wetsvoorstel in de huidige opzet omvat, ondanks positieve elementen bijvoorbeeld met betrekking tot minimale levensstandaarden, een aantal stevige zorgpunten, met name daar waar de overheid het management van de opvangcentra over zou nemen van maatschappelijke organisaties.
De EU heeft in reactie op het wetsvoorstel, samen met Australië, Canada en de VS, op 20 februari jl. de Minister voor Vrouwenzaken Ghazanfar om uitleg gevraagd. Daarbij is met name aandrongen op het overnemen van de aanbevelingen van de 'Criminal Law Reform Working Group' (CLRWG). Deze werkgroep, waarin onder andere de 'Afghan Independent Human Rights Commission' zitting heeft, adviseert de Afghaanse regering over wetsvoorstellen op strafrechtelijk terrein. De CLRWG acht de huidige bepalingen in het wetsvoorstel m.b.t. beperkingen in de toelating, gedwongen vertrek, gedwongen afgifte van persoonlijke informatie en gedwongen medische onderzoeken onacceptabel. De CLRWG doet ondermeer de aanbeveling dat maatschappelijke organisaties in staat moeten blijven om op onafhankelijk wijze opvanghuizen te beheren.
Daarnaast stelt Nederland dit onderwerp, alsmede de situatie van vrouwen in Afghanistan, in coördinatie met EU-partners, actief aan de orde in bilaterale gesprekken met relevante Afghaanse autoriteiten.
Op 22 februari jl. heeft de Afghaanse regering, bij monde van de woordvoerder van de president, aangegeven dat de regering nooit het besluit heeft genomen de opvanghuizen te sluiten, danwel het werk van de betrokken NGO's stop te zetten. Daarnaast heeft het Ministerie van Vrouwenzaken toegezegd in constante dialoog te blijven met het maatschappelijk middenveld over mogelijke verbeterpunten. Dit zijn positieve signalen, die hopelijk leiden tot wijziging van het wetsvoorstel.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de uitspraken van HRW dat de maatregel past in een trend van 'Afghanisering', en dat de regering van president Hamid Karzai "steeds meer gedomineerd wordt door ultraconservatieven die vijandig staan ten opzichte van zelfs maar het idee van schuilplaatsen, aangezien deze aan vrouwen een bepaalde mate van autonomie bieden" ten opzichte van echtgenoten en familieleden die hen slecht behandelen? Deelt u deze mening? Zo ja, heeft dit gevolgen voor de samenwerking met de Afghaanse regering? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het wetsvoorstel lijkt te passen in een bredere trend van stigmatisering van de blijf-van-mijn-lijfhuizen door conservatieve krachten in Afghanistan. Er is in sommige media al langere tijd sprake van negatieve berichtgeving over de opvanghuizen. Nederland zal zich kritisch uitspreken over (concept-)wetgeving of beleid dat een bedreiging vormt voor de rechten van vrouwen of andere kwetsbare groepen in Afghanistan. Nederland zal daarbij zoveel mogelijk in internationaal verband optreden. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Vraag 4
Welke ngo's beheren op dit moment de elf blijf-van-mijn-lijfhuizen in Afghanistan?
Ontvangen deze ngo's Nederlandse of Europese ontwikkelingsgelden, en zo ja hoeveel? Hoeveel vrouwen worden opgevangen in deze huizen? Zijn de vrouwen er veilig? Als u de blijf-van-mijn-lijfhuizen op dit moment (direct of via ngo's) steunt, blijft u dit dan ook doen als de huizen door de Afghaanse regering worden overgenomen? Bent u bereid de ngo's extra te ondersteunen als de continuïteit van hun werk in gevaar is?
Antwoord
De betreffende NGO's zijn: 'Afghan Women Skills Development Center', 'Women for Afghan Women', 'Humanitarian Assistance for Women and Children of Afghanistan', 'Voice of Women Organization' en 'Cooperation Center for Afghanistan'. Volgens de gegevens van het Afghaanse Ministerie van Vrouwenzaken is de gezamenlijk capaciteit van deze organisaties ongeveer 175 vrouwen en kinderen.
Afghaanse vrouwen die bescherming zoeken in een van de blijf-van-mijn-lijf huizen in Afghanistan weten zich beschermd door de NGO's die deze huizen beheren. Zij lopen geen risico teruggestuurd te worden naar hun (schoon)familie. Het bieden van een veilige omgeving voor deze vrouwen staat voorop in het beleid van de NGO's.
De EU financiert met EUR 1 miljoen per jaar twee Afghaanse NGO's, 'Medica Mondiale' en 'Women for Afghan Women'. Deze NGO beheert 4 blijf-van-mijn-lijf huizen. Ook Finland (EUR 95.000) en Zweden (EUR 100.000) steunen 'Women for Afghan Women' financieel. Duitsland verleent financiële steun (EUR 130.000) aan het 'Cooperation Center for Afghanistan'. Denemarken financiert via het 'Elimination of Violence Against Women Special Fund' van UNIFEM een aantal NGO's dat lijf-van-mijn-lijf huizen beheert. Nederland steunt, zoals bekend, UNIFEM met een bijdrage van EUR 2 miljoen ten behoeve van de bestrijding van geweld tegen vrouwen in Afghanistan.
Nederland onderhoudt nauw contact met diverse Afghaanse vrouwenorganisaties. Mocht via deze organisaties een beroep op Nederland gedaan worden voor ondersteuning dan zullen de mogelijkheden hiertoe serieus worden onderzocht.
Labels:
ben knapen,
rechten van de vrouw,
sjoera dikkers,
vrouwen,
vrouwenopvang
Abonneren op:
Posts (Atom)